Day 71
Donderdag 15 juli:
Vandaag gaan we voor de Commewijne boottocht, een dagtrip waarbij we verschillende bekende plantages van Suriname te zien krijgen. Om kwart voor negen in de ochtend werden we verwacht in de lobby van een hotel aan het einde van de straat, hotel Torarica. Te vroeg, maar voor de gids prima op tijd werden we opgevangen en naar het busje begeleid. Onze gids van vandaag heet Noah, en onze medereizigers heten Marleen en Koen. Een Belgisch stel dat al voor de derde keer op vakantie is in het mooie land Suriname. We zijn de dag begonnen met een boottocht over de Surinamerivier. Tijdens deze boottocht heb ik voor de tweede keer de kans gekregen dolfijnen te spotten, en dit keer met succes. Lekker in het zonnetje voor op de uiterste punt van de boot zat ik, terwijl de ene dolfijn na de andere langs de boot springt. Die beetjes zijn mooi, vooral als je ze in het wild kan spotten.
De eerste plantage die we bezochten was ford Nieuw Amsterdam. Voor mij is dit de tweede keer, al heb ik een hoop nieuwe uitleg mogen aanhoren vandaag. Tijdens onze wandeling naar het ford, hebben pap en ik de Surinaamse kersen aan de boom geproefd. Deze kersen kenden we enkel van de sapjes/drankjes. Zal ik eens iets vertellen: ze smaken precies zoals het drankje. In het ford hebben we alles op ons gemak bekeken, en geluisterd naar alle uitleg van Noah. Volgens mij heb ik de eerste keer al het een en ander over deze plantage verteld, dus hier houd ik het ook bij. De zon scheen vandaag wel erg mooi en dat heeft heel wat mooie foto's opgeleverd.
Na het ford zijn we terug in de boot gestapt. Hier heeft pap voor het eerst pompelmoes geproefd. Pompelmoes lijkt op grape fruit, maar is heel wat zoeter. Terwijl we wegvaren van ford Nieuw Amsterdam maak ik nogmaals een paar foto´s. Bovendien kijk ik plantage Fredericksdorp tegemoet, die al reeds nadert. Halverwege onze tocht staat een man in het water met een jute zak op zijn schouders. Noah roept iets in het Sranans, en vraagt blijkbaar of hij wat gevangen heeft. Ja, dat heeft ie, in de jutezak van de man zitten krabben. ´Lekker, voor vanavond.´ Tijdens zijn vangst schrobt de man nog gauw zijn t-shirt schoon in de rivier.
Bij plantage Fredericksdorp is de tafel al voor onze lunch gedekt. Het is een kleine plantage, maar wel de ‘gezelligste' die ik tot nog toe gezien heb. Fredericksdorp is omgebouwd tot een plekje waar je kan blijven logeren compleet met restaurantje erbij. Terwijl we uitstappen komt een jongetje naar ons toe gerend dat naar boven wijst en ‘slang' roept. Hij doelt op een slang die op de brug aan het water huist en rustig in de schaduw ligt te niksen. Volgens Noah zit die slang daar al van baby af aan en hoort hij hier bij de plantage...
Tijdens de lunch hebben we de tijd even wat uit te rusten, en ik om te klagen over mijn voet. Vanaf maandag zit daar namelijk een gevoelig plekje onder. Het ziet eruit als een zwart puntje, met een wit randje en vervolgens rood. Noah haakt hierop in en vraagt wat ik zoal gedaan heb. Wanneer ik hem uitleg dat ik afgelopen weekend op jeepsafari ben geweest weet hij eigenlijk al genoeg. ‘Heb je met blote voeten in het zand gelopen? En waren er op die plek ook honden?' Ik antwoord met: ‘Ja, zelfs gedanst in het zand. En Noah, waar in Suriname is nou geen hond te vinden?..' Vanaf dat moment heb ik volgens Noah een ‘sikawormpje' onder mijn voet. ‘Een wat?' ‘Een sika wormpje wordt ook wel een zandvlooi genoemd. Het is een klein bloedzuigertje dat zichzelf voed en wanneer het te groot wordt openspringt. Dan legt het 4 nieuwe eitjes. Ik zal hem na het eten even uit je voet peuteren met een speld.'
Terwijl ik mijn laatste bamisliert wegslik kom ik tot de conclusie dat ik een parasiet in mijn voet heb, cool he? Het resterende half uur van de lunch heb ik mij dan ook afgezonderd met Noah. Terwijl ik in een vervelende houding zat, heeft hij met een veiligheidsspeld het wormpje van onder mijn voet gepeuterd. Direct daarna smste ik Ruben: Nu weet ik waarom we niet in het zand mochten lopen op blote voeten. De gids hier heeft net een wormpje uit mijn voet getoverd. Cool he? Het antwoord van Ruben was: Zie je wel?!
Terwijl ik een gaatje in mijn voet had, zijn we verder gelopen. Langs een smal bosweggetje kwam je zomaar uit op een andere plantage. Van Fredericksdorp naar plantage ‘Zorg en Hoop'. Hier kon je de gewassen zoals ze vroeger verbouwd werden nog duidelijk zien. Ook lag hier het droogveld voor koffiebonen nog netje in de zon. Terwijl deze zon langzaam plaats maakte voor een flinke regenbui hadden wij tijd een schuilplaats te zoeken. Deze schuilplaats was bij een brug waar kinderen net als de man uit de rivier een hoop krabben hadden gevangen. Enig verschil was dat deze kinderen met de krabben een wedstrijdje hielden. Op de oprit van het huis liepen diverse krabbetjes van hot naar her, terwijl er een hond blaffend van gekheid naast stond. Toen de regen weg was en we verder konden lopen zei Noah iets wat na 3 keer kijken pas tot me doordrong. Ik was hier eerder geweest, ik stond al een half uur bij de opstapplek om naar Matapica te gaan. Da's gek, in een keer herkende ik de hele buurt weer!
In het winkeltje naast het terras waar ik de vorige keer geluncht had, heeft Koen een typisch Surinaamse vogelkooi gekocht. Pap niet, die prefereerde liever de zeldzame vogeltjes die er normaal gesproken in gehouden worden..
Vanaf hier zijn we terug de boot op gestapt, om naar de laatste plantage ‘Rust en Werk' te varen. Onderweg hebben we verschillende soorten mangroves gezien, en ons bovendien voor de zoveelste keer ingesmeerd. Bij Rust en Werk was ik blijkbaar ook al eens geweest. Ik herkende de plek nog wel, waar we tijdens mijn eerste dolfijnentocht aan land zijn gegaan om even te plassen...
Op Rust en Werk hebben we wat lokale bewoners gesproken, die zo aardig waren het een en ander uit te leggen en te laten zien. Bij een huis heb ik in een geïmproviseerde hangmat gelegen gemaakt van een visnet. Bovendien hebben we hier mogen genieten van een vers geplukte kokosnoot. Hetgeen ik nog niet had gezien maar wel van onder de indruk was, was het Javaanse kerkhof dat we bezocht hebben. De Javanen die hier sterven krijgen niets anders dan een paraplu over hun graf. Dit is om hen te beschermen tegen de zon. Wanneer de paraplu na 3 jaar is vergaan, komt er een soort huisje op hun graf te staan.
Na dit bezoek was het tijd om terug te keren naar Paramaribo, maar goed ook want ik had een beetje last van de felle zon gekregen. Op de terugweg heb ik met Koen gegevens uitgewisseld, en aangehoord dat ze morgen naar een echte Surinaamse bruiloft mochten!! Ik was zeer benieuwd, al zou ik er toch niks van meekrijgen. Van verschillende mensen heb ik namelijk al gehoord dat dit een hele happening zou zijn, het is daarom juist leuk dat Koen en Marleen door vrienden zijn uitgenodigd hiervoor...
We hebben hen netjes voor de deur van hun hotel afgezet, en nog een fijne tijd gewenst. Noah heeft ons voor onze poort afgezet en bedankt voor de gezellige dag.. Al hupsend hinkelde ik naar binnen.
In de avond heb ik me klaar gemaakt voor salsales in en voor Havanna. Maar eerst nog met Julia eten! Dit keer hadden we gekozen voor ‘De Waag'. Gek genoeg waren we er alle drie nog nooit geweest. De Waag is een Italiaans restaurant en iets duurder van prijs. We hebben lekker gegeten en gezellig tori gepraat.
Na het eten is pap richting huis gegaan, en hebben Julia en ik ons nog uitgeleefd op de dansvloer!!
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}