Sanne89.reismee.nl

Day 73 - 76!!

Zaterdag 17 juli:

Lekker vroeg uit de veren!! Het zou officieel mijn laatste trip worden. Voor pap zou het officieel zijn eerste trip worden. Een gek idee, ja toch? Gek of niet, Larry stond dit keer mooi op tijd met zijn jeep voor de deur. Inge en Lianne waren al opgehaald, dus de jeep zat vol. Inge kende ik nog niet, dus op weg naar Larry's huis kon ik mooi even met haar kletsen. Waarom gingen we naar Larry thuis? Simpel, we zaten niet in de tripjeep, dus de auto moest geruild worden. Bovendien kon ik zo nog even gauw een plasje doen alvorens we naar de ontbijtplek gingen. Hier troffen we Rubens jeep ook, met inhoud natuurlijk he. Terwijl de rest al met een vers broodje ei in de hand zat, nam ik Ewald even apart. Ik had aan pap gevraagd chocolaatjes van Rousseau mee te nemen, zo kon ik deze tijdens een drankje 's-avonds mooi uitdelen. Omdat Ewald als kok ook over de voedselkoelbox gaat, heb ik de chocola met hem hierin verstopt.

Na het ontbijt was het tijd voor een grote jeeptocht. Z'n 2,5 uur hebben we gereden op ofwel een bauxietweg, ofwel een zeer modderige weg. In de volle zon, in een jeep zonder ramen, met de wind door onze haren. Die glimlach die ik op pap zijn gezicht zag, had ik nog niet eerder gezien. Toen Larry door een grote kuil reed en ik van het gehobbel letterlijk van de bank gelift werd en mijn hoofd stootte aan het plafond, merkte ik dat ik eventjes geslapen had. ‘Sorry voor het wakker maken...' In de namiddag kwamen we aan bij een natuurreservaat genaamd Dan Ta Bai. Dan Ta Bai staat vooral bekend om zijn soela's (soela's zijn stroomversnellingen in de rivier'). We hebben de tassen uitgeladen, en even uitgedokterd welk huisje dat we nou zouden nemen. Op aanraden van Ruben is het toch maar niet het huisje aan het water geworden, maar eentje verderop. Waarom werd in de avond al snel duidelijk.

Tijdens het uitladen van de tassen merkte ik dat mijn rug het zwaar te voorduren had gehad. Ik had niet in de jeep moeten slapen met dat gehobbel. Bovendien voelde ik die plek in mijn nek nog waar ik me tijdens de jeepsafari gestoten had.
Het eerste wat je gaat doen als je net bent aangekomen is omkleden en de omgeving verkennen. Dat doe je meestal aan de rivier, zodat je je gelijk een beetje kan opfrissen. Al snel zat iedereen dus op de stenen aan de rivier, ik had pap al lang niet meer in zwembroek gezien trouwens. Toen ik terugkwam in het huisje (dat dit keer echte slaapkamers bevatte) was Ewald alweer aan de kook geslagen. Slaapkamers of niet, op trip hoor je in een hangmat te liggen. Terwijl een hoop zich hierin nestelden en begonnen aan een praatje tori heb ik Ewald gezelschap gehouden. Ik heb hem geholpen met het maken van een rijstgerecht. En hoewel een stagiaire normaal niet teveel werk mag hebben tijdens een betaalde trip, werd mij toegelaten met een mes 2 kippen te villen en in stukken te hakken. Schoonmaken die handel, uien snijden, paprika's etc. Ik kreeg Ewald zijn schort om en opeens hoorde ik er helemaal bij.
Na het eten stond ons een verrassing te wachten. We werden bij de boot verwacht met een reddingsvest. We zijn een flink stuk tegen de stroming in gevaren en toen werd de boot stil gelegd. ‘Zo mensen, wie wil in een rubberen band afdrijven met de stroming?' Julia en ik stonden direct recht, gevolgd door Lianne en Inge. Met ieder een eigen rubberen band lagen we daar met vieren in de rivier. Hoewel ik in het begin voorop lag, lag ik al snel met grote afstand achter. En toen bleek wederom dat watersport niks voor mij is. Het kayakken op Berg en Dal ging al niet goed, maar dit was zeker ook even spannend. De rivier bij Dan Ta Bai moet jij je voorstellen als een rivier met allemaal kleine stroomversnellingen, die ook tegen elkaar instromen. Het is dus de truck in de goede stroming te blijven, zodat je niet afdrijft en vermist raakt. Met dit laatste had ik iets meer moeite dan de rest. Het tegen de stroming inzwemmen is al best zwaar. Toen ik Inge en Julia echter bijna had ingehaald, dreef ik langs een boom de verkeerde kant op. Hier raakte ik in een andere stroming en dreef af naar een uitmonding van de rivier. Ik moet toegeven, het was even spannend. Zelfs zo spannend dat Julia naar de boot aan de zijkant begon te roepen. Voor mijzelf was echter de grootste prioriteit tot stilstand te komen in die stroming zodat ik niet verder kon afdrijven. Dit heb ik gedaan door me vast te grijpen aan een boomstronk in de mangrove. Van het zwemmen had ik kramp in mijn tenen dus terwijl ik op de boot wachtte kon ik even rekken en strekken. Zo, daar hing ik dan, te wachten op het bootje dat maar niet kwam. Ik keek eens rond en dacht: dan maar zelf oplossen, voordat me dadelijk een slang of ander jungledier komt groeten. Met klauteren en zwemmen ben ik tegen de stroming ingegaan, één voor één een andere tak vastpakkend. Ja hoor, het lukte! Ik was wat schrammetjes en blauwe plekken verder maar ik dreef wel weer heel langzaam de goede kant op. Veel later, kwam ik aan bij de zijkant en greep Shaïed mijn hand (Shaïed is een jongen die we in Dan Ta Bai troffen, leuke gast). ‘Sanne, die klojo's geloofden me niet toen ik zei dat je vast zat.... No Spang, zeiden ze..' à Aldus Juul...


In de avond voelde ik mijn rug steeds meer. Ik had hoofdpijn gekregen en zag volgens Juul een beetje bleek. Met haar ben ik nog eventjes gaan wandelen en heb wat lokale bewoners van Dan Ta Bai leren kennen. Te vroeg, maar gedwongen ben ik op een bedje gaan liggen en in slaap gevallen. Dat Ewald, Ruben, Julia en Inge nog zijn komen kijken heb ik de eerste twee uurtjes helemaal niet meer gemerkt. De rest van de nacht ben ik om de haverklap wakker geworden, mijn rug deed echt zeer. Liggen ging niet, dan maar even wandelen. Op de kamer waar mijn tas lag had Larry ook de luxe van een bedje opgezocht. Weer even liggen, dan maar weer wandelen. Toen weer een uurtje geslapen en uiteindelijk heb ik met Juul om 4 uur 's-nachts ook nog gekletst (ze was wakker geworden). Ten slotte ben ik naast haar in de hangmat gaan liggen en heb nog twee uurtje geslapen..

Zondag 18 juli:

Vandaag stond het een en ander op het programma. Maar eerst ontbijten, nooit de dag beginnen zonder ontbijt. Na het ontbijt zijn Julia en ik gaan baden. Er zijn douches aanwezig op Dan Ta Bai, maar Juul en ik verkozen de rivier met een tube shampoo. Toen we terugkwamen in het kamp waren wij de enige die nog niks gegeten hadden. Echt tijd was er ook niet, het was de tweede keer dat ik Ruben heb zien haasten. Het bootje zou namelijk gaan vertrekken naar twee marron-dorpjes. Marrondorpjes zijn dorpjes midden in de jungle, waar men echt nog leeft van en met de natuur. Het begint vaak bij een familie dat dan uitgroeit tot een stam. Denk maar aan het programma ‘Groeten uit de rimboe', daar is het nog beste mee te vergelijken.

Met een boterham in de hand zijn we ingestapt, voor een mooi tochtje over de rivier. In de verte zagen we uiteindelijk een groepje vrouwen met niks meer dan een doek om hun middel aan de oever van de rivier wat kleren wassen. Daarnaast stond een oudere vrouw de vis schoon te maken, en daar weer naast liep een jongere vrouw met het kind op de rug door middel van een pangi (omslagdoek), haar kindje te baden. Allemaal naast elkaar in de rivier, in hetzelfde water. Al snel leerden we ‘Goedemorgen' zeggen in hun taal, toen liepen we verder het dorpje in. Bij een paal met een gat erin kregen we de eerste uitleg: het was een mangopers. Aan een boom verderop groeide kalabasvruchten. Met de vrucht zelf werd niks gedaan, deze werden in de zon te drogen gelegd om er vervolgens potjes of andere attributen van te maken. Ikzelf had zulke potjes al vaak in de souvenirswinkeltjes zien liggen. Na deze uitleg liepen we verder naar een plant, aan deze plant groeiden ‘wonderblaadjes'. Als je ook maar ergens een kwaaltje had hielpen deze blaadjes je van de pijn af. Aan een struik daarnaast groeiden levensgrote bladeren. De gids plukte een blad en vouwde hem om tot het begon te lijken waar het voor diende: een drinkbeker. Nog een boom verder legde hij uit dat de bladeren hiervan gebruikt werden als sieraad, de kinderen maakte er kettingen van. Met een zelfgemaakte ketting ben ik verder gelopen. We liepen langs kleine rieten hutjes met palmbladeren als dak. De binnenkant van de hutjes was even primitief als de buitenkant, en de daken zagen aan de binnenkant zwart. De gids legde uit dat wanneer een nieuw hutje werd gebouwd, er eerst een vuurtje in werd gestookt. De as die zich dan afzette tegen het riet zorgde voor een beschermlaag waardoor de hutjes langer meegingen.
Terwijl we stonden te luisteren maakten Julia en ik contact met een lokaal jongetje. Het drommeltje stond daar in zijn hemdje en had een flinke wond aan zijn been dat vergezelt werd door de nodige vliegen. Hij aarzelde even maar toen Juul en ik hem een handje gaven liep hij vrolijk mee. De bewoners vroegen of we hem wilden adopteren..
Bij een hutje met de oudste vrouw uit het dorp (die mijn oude bh's goed kon gebruiken!) raakte de gids weer in gesprek. Hij liet een plant zien die de kinderen als speelgoed gebruikten. En ja hoor, hij brak een stengel doormidden en begon van het sap uit de stengel belletjes te blazen. Ik ook, je doet mee of je doet het niet he.. De oude vrouw kwam met een vrucht aangelopen. Volgens de gids was dit een soort make-up, in de binnenkant van de vrucht zaten rood-oranje pitjes met flink wat sap. Dat sap gebruikten ze als lippenstift of huidschilderingen. Met lippen, zo oranje als het t-shirt dat ik aanhad liep ik verder. Naast elk hutje zie je wel vruchten die te drogen lagen. Van een soort vruchten werd olie gemaakt, dat word weer verkocht in de grote stad en zo komt dit dorpje aan hun inkomen. De andere vruchten kennen jullie allemaal: Mother Nature's pinda's...

Na dit dorpje hebben we nog een marrondorpje bezocht. Het blijft raar om voor te stellen dat de mensen daar leven van wat de natuur hen geeft. De kinderen rennen, de kinderen spelen, ze zeuren niet, ze huilen niet, de mensen zijn hartelijk en open. Zo open dat pap, als enige man in het gezelschap apart werd genomen door een vrouw uit het dorp. Zij schonk hem een kommetje gemaakt van de kalabasvrucht. Nog een stuk of 6 andere bomen hebben we gezien. Van een vrucht dat oorontsteking kan verhelpen, tot blaadjes die als verdovend middel werken en je helpen bij je nachtrust. Je kunt ervoor kiezen naar een homeopaat te gaan, of op vakantie te gaan naar Suriname en een marrondorpje te bezoeken. De middelen die je daar krijgt, kunnen niet verser. Met het oranje sap nog steeds op mijn lippen bedacht ik me dat ik wel heel ver van huis zat, maar de mensen hier waarschijnlijk gelukkig zijn. Zonder rijkdom, maar wel met vrijheid...

Op weg naar het bootje om terug te gaan hebben we eerst nog een lokale basisschool bezocht. De klaslokalen waren in die zin ‘kindvriendelijk', omdat de kinderen zelfgemaakte knutselwerkjes hadden opgehangen aan het plafond. Een kinderjuf die op deze zondag de was stond te doen gaf wat uitleg. Terwijl we op een veld aan de rivier met geweldig uitzicht stonden te luisteren, fluisterde een tweede juf me in dat dit het schoolplein was..

Bij het bootje heb ik een laatste vrouw gegroet die een heel jong babytje met zich meedroeg, het was amper 6 weken oud. Terwijl de vrolijk zwaaiende mensen steeds kleiner werden voeren wij terug naar het kamp. Waar ik door Larry al snel gecomplimenteerd werd met mijn make-up. Ik heb even met hem gekletst, wat goed uitkwam want de hele trip was er nog geen gelegenheid toe geweest. Het viel me op dat ie een vogelspin achter zijn schouder had. De spin kroop net uit zijn nestje in de palmboom achter hem. Opeens werden we weer verzocht in het bootje te stappen. Waarom nou weer? Ik kreeg de kans de bandenrace nog eens opnieuw te doen, Ewald deed ook mee dit keer. Dat kwam goed uit, want zo bleek dat ik een metgezel had die het net zo ‘goed' als ik kon. Het koste me weer een hoop geklauter om in de goede stroming te blijven, maar die arme Ewald was echt kapot. Ooit, lang geleden had hij zijn zwemdiploma gehaald, maar echt veel was er niet meer van over. Aan het handje heb ik hem tot de kant geholpen. Toen ben ik wederom gaan baden in de rivier en heb weer geholpen met koken. Julia kwam met een veiligheidsspeld en Larry aan het handje aanlopen. Toen ik haar de hoofdzaklamp gaf was me duidelijk wat ze ging doen. Een sikawormpje uit Larry's teen peuteren.

Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar we hadden nog wat energie over voor een nieuw avontuur. Shaïed, waar het goed mee klikte kwam Julia en mij halen. Hij had een lokale gids gestrikt om de soela's te ontdekken. Met ons vieren, zijn we al zwemmend de rivier overgestoken tot een hoop rotsen. We zaten midden op de rivier bij een grote soela, de stenen waren spekglad en het water voelde heerlijk aan. Een voor een mochten we op onze bips van de stenen afglijden. Op een voorwaarde: onze benen vooruit en omhoog. Julia eerst: op de bips, neus dichtgeknepen gleed ze van de steen. Compleet kopje onder verdween ze in de soela, maakte een koprol en werd netjes opgevangen door de gids die haar enkel vasthad om verder afdrijven te voorkomen. ‘Dat was leuk!' Toen ik, op dezelfde manier dook ik de soela in. Maar eindigde iets verderop dan Julia. We waren allemaal twee keer geweest toen de gids opmerkte dat het vloed werd. Het werd tijd om terug te gaan, voordat de stroming te hard werd. We begonnen tegen de stroming in te zwemmen, naar de linkerkant met de bedoeling rechts uit te komen. Maar hoe hard we ook zwommen, we gingen alleen maar achteruit. Oeps, we hadden een probleempje. We zaten vast op de rotsen en zagen hoe pap, Ruben en de rest met hun fototoestel de ramptoerist begonnen te spelen. Uiteindelijk zijn we om de beurt aan de hand van de gids naar een boomstronk in het water geleid. Vanaf daar konden we weer om de beurt tot de zijkant geleid worden. Het koste wat moeite, en een hoop gelach (hoe gevaarlijk het ook zijn mocht). Maar voor Julia, Shaïed en ikzelf was dit het hoogtepunt van de trip!
In de avond werd de pijn in mijn rug weer erger. Negeren en doorgaan, want de lokale jongens met wie we gisteren tori hadden gepraat hadden Julia en mij beloofd een klein feestje te geven in de hut naast ons. Onze veel gebruikte uitspraak ‘vertrouw nooit een Surinamer' kwam weer uit, want het lag er uitgestorven bij. Dan maar een hut verder naar Ewald, die zich discreet had teruggetrokken met zijn vishengel en van alle drukte even wegvluchtte. Inge heeft een drankje gehaald en samen met mij ontdekt waarom juist deze hut niet zo geschikt was en Ruben juist daarom onze huidige hut heeft gekozen. Zodra je met de zaklamp omhoog scheen: zag je vleermuizen tegen het plafond, muggen rondzwermen en een babyvogelspin over de muur kruipen. Ik ben inmiddels veel gewend, maar dat leek zelfs mij geen prettig idee om je nachtrust op te zoeken.
Een hele poos hebben we daar aan het water gezeten. Pap en Ruben kwamen zo nu en dan eens aanlopen, terwijl ik gemasseerd werd door Ewald. Die gidsen weten ook precies waar ze goed in moeten zijn he. Na zijn massage heb ik mijn rug niet meer gevoeld (die avond dan).
Het was een gezellige avond, met genoeg borgoe-cola (borgoe is dé surinaamse rum), onze Limburgse chocolaadjes en de i-pod van Larry die al lang lag te slapen hebben Ewald en ik de rest vermaakt met onze kraaienstem. En wat doe je dan, als wij niet willen stoppen met zingen, terwijl het ook nog heel vals is? Dan gaan Inge, Pap, Ruben en Julia meezingen!

Maandag 19 juli:

Vandaag was de laatste dag Dan Ta Bai. Die bestond uit baden en inpakken. Het enige dat gepland stond voor vandaag was vertrek richting Brownsberg. Dus na de nodige afscheidsknuffels en foto's van de omgeving was het tijd voor vertrek. Hup in de jeep waar pap zijn plekje voorin al gevonden had. Het was een flinke rit, en dat terwijl ik de wegen nog nooit zo slecht had gezien. Wat ik iets minder vond, was dat mijn rugpijn inmiddels weer terug was. Elke hobbel voelde ik langs mijn rug gaan. Halverwege ben ik voorin gaan zitten waardoor ik een beetje kon liggen opdat ik de pijn niet meer zo goed voelde. Aan de voet van de Brownsberg zijn we even gestopt voor een korte pauze en toen begonnen aan een laatste hobbelige klim. Op dezelfde plek als mijn eerste keer Brownsberg bleven we slapen. Het was amper 3 weken geleden, maar ze hadden de lodge ietsjes veranderd. Om de kou meer tegen te kunnen gaan hadden ze netten langs de muurtjes gespannen. Terwijl ik aan een paal hing voor mijn rug, kwam Rudy aanrijden. De laatste gids van Ruben die pap nog niet had ontmoet. Rudy zou met een groep hierheen komen, een rondleiding geven over de Brownsberg en ons morgen weer ophalen om naar Berg en Dal te gaan. Wisseling van de wacht dus. Julia en ik waren hier al eens samen geweest, en hadden de 2 watervallen dan ook al beklommen. Omdat ik wist wat voor een wandeling ons te wachten stond, ik het al eens gezien had en mijn rug nog steeds pijn deed ben ik samen met Juul in het kamp gebleven. Rudy heeft zich ontfermt over de rest van de groep, inclusief pap. Laat maar gaan, dacht ik. Ik wist nu al dat pap enthousiast terug zou komen.
Met Julia heb ik Ewald wat gezelschap gehouden, tori gepraat met Inge en Larry en een stukje gewandeld. Toen we met ons tweeën aan de rand van de berg even zaten kwamen we tot een conclusie. We hebben elkaar leren kennen tijdens de tweede dansles, beiden waren we toen anderhalve maand in Suriname. Sindsdien klikte het zo goed dat we elkaar elke dag wel hebben gezien of gesproken. We delen onze perikels en kunnen er tegelijkertijd enorm om lachen. We hebben elkaar veel verteld over thuis, en dat terwijl we ver van huis zitten.
Terug op het kamp stond het eten klaar, en Rudy kwam met zijn gasten net terug van de wandeling. Sommigen lachten nog, anderen niet meer. Wat wel iedereen gemeen had, was het zweten!
Toen ik met Inge richting de douches liep, bleef de rest in het kamp. Toch was een douche bezet, door Mario. Je mag veel van me zeggen, maar niet dat ik niet sociaal ben. Al douchend hebben Inge en ik met Mario gekletst. Een compleet vreemde kerel die als Surinamer in Nederland woont en nu 3 weken op vakantie is in zijn geboorteland. Ik heb nog steeds geen idee hoe hij eruit ziet, maar hij was vriendelijk genoeg zijn zeep te lenen...

Omdat de groep zich vanaf Brownsberg zou splitsen, is Julia met Rudy terug richting Paramaribo gereden. Haar zou ik dinsdag weer zien...

In de avond voegden twee franse jongens zich in ons kamp. Ze hadden Ruben gevraagd of het oke was hun hangmat hier op te hangen. Da's goed, zo hadden Inge en ik nieuwe gezichten om ons frans mee op te halen. De heren bleken leraren in het basisonderwijs te zijn. Ze waren twee goede vrienden en hadden tegelijk vrij genomen om een grote rondreis te maken door Suriname en Brazilië. Buiten het tori praten met Inge en de franzosen was vanavond minder gezellig. Iedereen sliep vroeg en op Brownsberg zelf is ook weinig te doen 's avonds..

Dinsdag 20 juli:

Ik heb vandaag uitgeslapen! Dat kon, omdat ik me na de kou van de vorige keer goed had gekleed. In een legging, spijkerbroek, t-shirtje, truitje en vest gekleed heb ik van de hele groep het lekkerst geslapen. Een paar meiden klaagden over het gesnurk van de gidsen, maar zelfs dat heb ik met oordopjes niet gehoord. Ik heb even alleen wat gewandeld, een tijdje gezeten aan de rand van de berg tot het begon te regenen. Toen ik terug kwam was de rest al tassen aan het laden. Terwijl Ruben, Larry, Ewald, Lianne en Inge daar bleven is de rest van de groep met Rudy in de bus richting Berg en Dal vertrokken. Van Brownsberg tot Berg en Dal is een uurtje rijden. Toen we aankwamen scheen het zonnetje nog mooi, en kwam Hans (de lokale gids van B&D) ons halen voor de hiking. Ik weet niet of ik de vorige keer wat verteld heb over Hans, maar Hans is grappig. Hij heeft altijd een zonnebril op, een sikje, dreadlocks die hij mooi onder een hoofddoekje bewaard en last but not least: hij praat altijd op hetzelfde nasale toontje. We hebben over de berg gehiket, en een mooi stel foto's gemaakt. Voor mij was dit de tweede keer dat ik Hans zijn verhaal hoorde, maar dat vond ik niet erg (omdat hij constant op dezelfde toon praat dwaalt je aandacht namelijk vrij snel af). Tijdens de afdaling hoorde ik een meisje achter me de hele tijd gillen. Ze bleek gestoken te worden door een steekvlieg. Hans ving het beestje en liet de angel zien waar het beestje mee stak, hij trok een angel van een paar centimeter uit de neus van de vlieg!
Terug beneden heb ik nog een plantagehuisje van binnen gezien, en op een ligbedje gelegen om te wachten op de jeep van Ruben. Terwijl Ewald achter bleef had hij eten gekookt voor ons. Dat eten moest alleen nog bezorgd worden. Na zo'n drie kwartier tutten kwamen ze aangereden, en heb ik kunnen genieten van bami met kroepoek.
Na het eten stond het kayakken op het programma, en na de eerste ervaring had ik één vereiste: ik ga mee, maar dan wel samen in een tweepersoons-kayak! Dat werd gerespecteerd, en pap durfde het wel aan met me. Al snel bleek dat ik beter aan de kant had kunnen blijven, watersport is niet mijn sterkste kant. De natuur daar is mooi, maar het kayakken zelf is zwaar en best moeilijk zo tegen de stroming in. Op verzoek van pap heb ik maar niet meer gepeddeld, aangezien ik de boel alleen maar tegenwerkte. Op de terugweg zijn we opgepikt door een bootje en zo tot de kant gekomen. Blij toe!

Het was even bijkomen, met een drankje en een stuk cake. En toen werden we vriendelijk verzocht door onze vriend Hans om ons tenue aan te komen trekken: ons kabelbaan tenue! In broekje en helm kregen we de zoveelste uitleg, en tijdens het oefenen werd ik herkend door Yoel. Yoel is een van de gidsen van Berg en Dal, leuke gast. Met een hele groep zijn we vertrokken voor de negen kabels, ik ging als laatste samen met Yoel. Na twee kabels opperde Yoel wat harder te gaan, aangezien het al mijn tweede keer was. In een houding waarmee ik twee keer zo hard ging ving Hans me aan de andere kant van de kabel me op. Ik had alleen mijn benen iets hoger moeten optrekken, want ik raakte met mijn schenen de rand van het platform.
Toen we aan de voet van de rivier stonden hadden we een probleempje: het begon keihard te regenen. Echt zo'n tropische stortbui. Dat betekent dat de kabels extra glad zijn en je niet goed aan de kabel kunt zien wanneer je moet afremmen. Met enig risico, maar ook gedwongen zijn we in de stromende regen van de overige kabelbanen afgegaan. Een aparte ervaring, door en door nat en ijskoud stapten we in het bootje om de rivier weer over te steken. Rudy ving ons op met verse watermeloen. De regen was onder de hut door gewaaid en had alle bagage net zo nat gemaakt als onszelf. Ik heb me omgekleed, van Yoel afscheid genomen en nog een stuk watermeloen genuttigd. Toen zijn we vertrokken richting Paramaribo. In de bus gaf pap aan dat ie wel een hele leuke trip had gehad, en de kabelbaan een avontuur op zich had gevonden. Ook kwamen we erachter dat zijn telefoon stuk was, door de regen (terwijl hij toch opgeborgen zat in zijn rugzak).
Toen we in Paramaribo kwamen bleek dat het een wonder was dat mijn mobieltjes het nog deden. De straten stonden compleet blank, je kon het verschil tussen het riviertje en de straat niet meer onderscheiden. De rit terug naar huis duurde dan ook wat langer als normaal.

Diezelfde avond, nadat we gedoucht waren en uitgepakt hadden belde Julia. Ze had net als wij nog niet gegeten en stelde voor langs Zus en Zo te gaan. Prima plan, en een half uurtje later werden we opgehaald. We hebben laat gegeten, naverteld over de trip en ten slotte de BBQ van morgen even besproken.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!